Inhoudsopgave

1. Inleiding
1.1 Leerdoelen technische scripties
1.2 Beoordelingscriteria technische scripties

2. Voorbereiding
2.1 Ontwerpopdracht
2.2 Onderzoeksopzet

3 Dataverzameling
3.1 Typen onderzoek
3.2 Methode van dataverzameling
3.3 Operationalisatie
3.4 Conclusies

4. Rapportage
4.1 Algemene schrijfstijl
4.2 Scriptie-indeling
4.3 Omvang
4.4 Literatuur-en bronvermelding

1. Inleiding

Veel studenten ziten elk jaar weer te zwoegen op hun afstudeeronderzoek en het schrijven van hun afstudeerscripte. Veel studenten missen vaak ook een duidelijke leidraad en handleiding voor het opzeten van een onderzoek en het schrijven van een goede afstudeerscripte. Hierdoor lopen ze vaak vertraging op en duurt het afstuderen langer dan gepland. Hier wil Scripte.nl een helpende hand bieden door grats deze scriptehandleiding ter beschikking te stellen. Aan de hand van dit document wordt op duidelijke en heldere wijze uitgelegd hoe een onderzoek opgezet kan worden en op welke wijze het schrijven van een scripte het beste kan worden aangepakt. Hierbij gaan we onder andere in op de verschillende soorten onderzoek en de wijze van rapportage. Voor elke grote studierichtng hebben we een aparte scriptehandleiding opgesteld omdat het afstuderen per richtng duidelijke verschillen heeft.

Op Scriptie.nl vindt je verder nog handleidingen voor SPSS, onderzoek en statstek. Alles wat je nodig hebt om het schrijven van een scriptie tot een goed einde te brengen. Ook kun je op Scripte.nl gebruik maken van een enquêtemanager om statistische onderzoeken voor je scriptie uit te voeren.

1.1 Leerdoelen technische scripties

Het schrijven van een scripte behoort vaak tot sluitstuk van een opleiding. Het is bedoeld als een oefening en tegelijk een proeve van bekwaamheid, waarbij je de kans krijgt om de kennis en vaardigheden die je tjdens je studie hebt opgedaan in te zetten om (deels) zelfstandig een onderzoek of project op te zeten en uit te voeren. Een universitaire technische scriptie bevat de volgende leerdoelen.:

  • Het toepassen van de vaardigheden en kennis verworven in de voorgaande jaren.
  • Op efficiënte wijze doelmatg benodigde informate verzamelen.
  • Een complex probleem kunnen doorgronden.
  • Prioriteiten en grenzen kunnen stellen.
  • Samenwerken binnen een technische onderzoek- en ontwikkelingsgroep.
  • Op heldere en duidelijke wijze schrifelijke en mondeling kunnen rapporteren.
  • Een kritsche refecte kunnen geven op het eigen handelen.
  • Aansluitng kunnen vinden op de laatste ontwikkelingen van het vakgebied en deze kunnen verbinden met de hier geldende begrippen en theorieën.
  • Duidelijk en helder beargumenteerde keuzes kunnen maken.
  • Zelfstandigheid kunnen tonen bij de voorbereiding en uitvoeren van een onderzoek of opdracht.

1.2 Beoordelingscriteria technische scripties

Een scripte en het daarvoor uitgevoerde onderzoek worden op veel verschillende punten beoordeeld. Bepaalde punten gelden natuurlijk alleen voor één specifeke opleiding maar er zijn ook een aantal algemene criteria waarop gelet kan worden. Hiernaast worden ook de criteria gegeven voor de voordracht die vaak naar aanleiding van de scripte moet worden gegeven. Gebruik deze lijst met criteria als referente maar ga ook na bij je eigen opleiding welke criteria specifek voor jou gelden.

Op inhoudelijk niveau wordt er vaak gekeken naar:

  • De wijze waarop het onderzoek/de opdracht is aangepakt en de verantwoording
  • Relevante van het onderwerp;
  • Theoretsch kader en wijze van afakening;
  • Onderzoeksontwerp of projectplan;
  • Wijze van dataverzameling;
  • Analyse van gegevens;
  • Conclusies en eventuele aanbevelingen.

Hiernaast is de vorm en kwaliteit van de verslaglegging natuurlijk ook van groot belang en daar wordt beoordeeld op de volgende punten:

  • Opbouw, is deze logisch, worden de onderzoeksvragen systematsch beantwoord;
  • Leesbaarheid en afstemming op de doelgroep (let er bijvoorbeeld op dat je geen begrippen gebruikt die voor jou heel logisch zijn maar voor anderen niet duidelijk zijn omdat deze begrippen niet tot hun vakgebied behoren);
  • Spelling ;
  • Literatuurverwijzingen.

Daarnaast wordt je ook op je persoonlijk functoneren beoordeeld, hierbij wordt vaak gelet op:

  • Management, planning, bewaking van de voortgang, afstemming met de begeleider en opdrachtgever;
  • Refectevermogen;
  • Zelfstandigheid;
  • Samenwerking.

En bij de afsluitende voordracht tjdens een colloquium wordt er op de volgende punten gelet:

  • Opbouw van de presentate;
  • Presentatetechnieken;
  • Argumentate en beantwoording van vragen;
  • Gebruik van hulpmiddelen

2. Voorbereiding

Bij veel technische opleidingen is het zo dat de afstudeerperiode vergezeld gaat met een praktjkgerichte ontwerpopdracht of in sommige gevallen een empirisch onderzoek. Deze worden beide afgesloten met een schrifelijke rapportage en een voordracht of presentate in de vorm van een colloquium. Omdat de trajecten die worden gevolgd tjdens een empirisch onderzoek en een ontwerpopdracht erg van elkaar verschillen zullen beiden worden toegelicht. Allereerst zullen de stappen die worden genomen tjdens de voorbereidende fase voor een ontwerpopdracht worden uitgelegd en hierna zal er afgesloten worden met de stappen voor een empirisch onderzoek.

2.1 Ontwerpopdracht

Voordat überhaupt met een ontwerpopdracht kan worden begonnen, is het eerste document wat aangeleverd wordt een projectplan. In dit plan staat uitgelegd hoe de student de ontwerpopdracht gaat aanpakken en wat hij of zij daarvoor nodig heeft. Hieronder volgen de vragen die over het algemeen beantwoord dienen te worden in een projectplan:

  • Probleem

    Welk probleem ligt er en welke achtergrondinformate is er beschikbaar? Denk hierbij aan zaken zoals relevante theorieën en soortgelijke werken.

  • Hulpmiddelen

    Welke literatuur is er beschikbaar en moet er bestudeerd worden en welke materiële zaken zijn nodig voor het slagen van het project?

  • Werkzaamheden

    Welke apparaten, (computer)programma’s en methoden worden ontwikkeld en welke keuzevakken worden gevolgd?

  • Supervisie

    Welke persoonlijke contactmomenten zijn er met de begeleider vastgelegd? Tip: Zoek geregeld contact met je begeleider (bijvoorbeeld één keer per week), dit zorgt ervoor dat je gestmuleerd wordt om bezig te blijven.

  • Tijdsplanning

    Een voorlopige planning waarin tussenresultaten staan beschreven, wanneer de voortgangsrapportage en eindrapportage plaatsvinden en waarin andere mijlpalen worden aangegeven. Wees hierin wel realistsch en zorg dat er enige speling mogelijk is in je planning.

  • Rapportage

    Beschrijving van de vorm waarin wordt gerapporteerd. Vaak wordt hier dus een schrifelijk eindverslag en een afstudeervoordracht verwacht.

  • Aanwezigheid

    Wanneer wordt er aan het project gewerkt en welke andere actviteiten kunnen voorkomen? Denk hierbij aan vakantes, colleges, practca en werkverplichtngen.

Dit document moet vaak eerst getekend worden door zowel begeleider als student voordat er met het daadwerkelijke project kan worden begonnen. Omdat hiermee de fundamenten van een project worden gelegd is het dus belangrijk om hier genoeg tjd aan te besteden zodat een goede start kunt maken. Een goed begin is immers het halve werk.

2.2 Onderzoeksopzet

Bij empirisch onderzoek geldt eveneens dat er gestart wordt met een soort plan waarin je uitlegt welke stappen je gaat nemen en hoe je tot je conclusies gaat komen. Dit document wordt een onderzoeksopzet genoemd, hierin verwerk je de probleemstelling en deelvragen die je hebt geformuleerd. Een onderzoeksopzet bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen.

  • Korte samenvatng van het voorstel Hierin geef je een korte uitleg over het onderwerp van je onderzoek en geef je aan wat er in je onderzoeksopzet is terug te vinden.
  • Operatonalisate Hier geef je aan wat de centrale onderzoeksvraag van je onderzoek is, dit wordt ook wel de probleemstelling genoemd. Besteed veel aandacht aan de formulering van je probleemstelling en zorg ervoor dat je in één vraag je hele onderzoek omvat. Defnieer ook de begrippen die je gebruikt en deel je probleemstelling op in een aantal deelvragen. Denk tevens goed na over het afakenen van je onderwerp, zorg ervoor dat je de probleemstelling niet te breed of te smal hebt gedefnieerd.
  • Aanpak Hier geef je aan op welke wijze je het onderzoek gaat uitvoeren. Welke methoden en technieken ga je gebruiken, welke gegevens gebruik je voor de beantwoording van je onderzoeksvragen en je beargumenteert hier waarom je het op deze manier gaat doen.
  • Literatuurlijst Soms moet je om je probleemstelling en onderwerp helder te krijgen van te voren alvast literatuuronderzoek doen. Hier geef je aan welke literatuur je al hebt doorgenomen en welke literatuur je eventueel nog van plan bent om door te nemen.
  • Hoofdstukindeling Het aangeven van een (voorlopige) hoofdstukindeling helpt je het overzicht te bewaren tjdens het onderzoek en het schrijven van je scripte. Een algemene indeling die vaak wordt gebruikt is de volgende:
    • Inleiding
    • Probleemstelling
    • (Theoretisch) kader
    • Methoden van onderzoek
    • Presentate en analyse van het onderzoeksmateriaal
    • Conclusies en aanbevelingen
    • Literatuurlijst

Hierna kunnen dan nog eventuele bijlagen worden geplaatst en een samenvatng. Deze kan overigens ook vooraan het document worden geplaatst.

De onderzoeksopzet wordt voornamelijk beoordeeld op realiseerbaarheid. Stel jezelf als je de conceptversie doorneemt de volgende vragen:

  • Zijn de probleemstelling en deelvragen helder en duidelijk omschreven en wordt er duidelijk aangegeven wat wel en wat niet bij het onderzoek betrokken wordt?
  • Worden de juiste gegevens verzameld voor beantwoording van de vraag en worden er niet teveel gegevens verzameld?
  • Is de tjd die voor gegevens verzameling is gepland realistsch?
  • Is het duidelijk waarom voor bepaalde methoden gekozen is en zijn deze voor de beantwoording van de vragen geschikt?
  • Is de literatuur die geraadpleegd wordt voor beantwoording van de probleemstelling relevant?

3. Dataverzameling

Empirisch onderzoek

3.1 Typen onderzoek

Als het op onderzoek aankomt zijn er veel verschillende soorten te noemen. Welke aanpak je kiest heef vooral te maken met het onderwerp wat je uit hebt gekozen. Hieronder volgt kort een beschrijving van de verschillende soorten onderzoek.

  • Beschrijvend onderzoek

    Bij beschrijvend onderzoek probeer je een bepaald verschijnsel zo compleet mogelijk in kaart te brengen. Hier heb je vooraf vaak geen hypothese of theorie voor handen. Onderzoeksvragen die je vaak terug ziet bij beschrijvend onderzoek zijn de ‘wat’ en ‘hoe’-vragen.

  • Explorerend onderzoek

    Hierbij voer je een onderzoek waarbij vaak al ideeën zijn over mogelijke verbanden en je beschikt vaak al over enige kennis. Vragen die hier vaak voorkomen zijn de ?waarom? en ?hoe komt dat? vragen. Het uiteindelijke doel van dit soort onderzoek is tot het komen van een theorie of hypothese.

  • Toetsend onderzoek

    Bij toetsend onderzoek ga je na of een hypothese die is afgeleid uit een bepaalde theorie klopt dan wel juist is.

  • Constructief onderzoek

    Bij dit soort onderzoek gaat het vaak om de voorbereidingen die worden getrofen voor het opzeten van een plan. Denk hierbij aan onderzoek wat wordt gedaan voor beleidsplannen. Vaak mond dit uiteindelijk uit in een aantal aanbevelingen waarmee zo’n plan wordt ontworpen.

3.2 Methoden van dataverzameling

Er zijn verschillende manieren van dataverzameling aan te wijzen, de één is natuurlijk beter geschikt voor een bepaald type onderzoek dan de ander. Hiernaast zijn er kwanttateve en kwalitateve methoden aan te wijzen. Bij kwanttateve methoden verzamelt de onderzoeker voornamelijk cijfermatge gegevens en deze worden met statstsche technieken geanalyseerd. Hiertegenover staan de kwalitateve methoden, dit zijn meestal onderzoekstechnieken die ‘zachtere’ gegevens opleveren waarbij de beleving van respondenten centraal staat. Hieronder volgt een korte beschrijving van de verschillende soorten van dataverzameling.

  • Kwantitatieve methoden
    Surveyonderzoek

    De methode wordt gebruikt om opinies, houdingen, kennis of meningen bij grote groepen mensen te meten. Dit wordt vaak gedaan door middel van enquêtes of vragenlijsten. Bij dit soort enquêtes wordt vaak gebruikt gemaakt van schalen, waarbij de deelnemer (vaak respondent genoemd bij dit soort onderzoeken) bij een vraag kan kiezen uit een beperkt aantal antwoordmogelijkheden (bijvoorbeeld keuze uit vijf antwoordmogelijkheden). Voor scripteonderzoek wordt vaak gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een internetenquête op te zeten, hiermee heb je vaak een groot bereik en wordt de data vaak al overzichtelijk gepresenteerd door het enquêteprogramma.

  • Secundaire analyse

    Bij deze methode wordt gebruik gemaakt van al bestaande datasets, dit zijn onderzoeksgegevens die al door andere onderzoekers zijn verzameld. Deze vorm wordt ook wel kwalitatef bureauonderzoek genoemd. Het grootste voordeel van deze methode is natuurlijk dat je niet zelf het onderzoek hoef te doen, nadeel is wel dat je vaak niet een dataset vindt die aan je specifeke eisen voldoet.

  • Experimenteel onderzoek

    Bij deze vorm van onderzoek wordt vaak een experiment opgezet om een bepaalde hypothese te testen. Hierbij is sprake van een efectmetng, je meet hierbij het efect van X op Y, dit wordt dan een causaal verband genoemd. Ook wordt over het algemeen gebruik gemaakt van een experimentele situate, op deze manier kun je de controle over de situate houden. Bij experimenteel onderzoek wordt niet gesproken over respondenten maar over proefpersonen.

  • Kwalitateve methoden
    Observateonderzoek

    Bij observateonderzoek wordt gebruik gemaakt van systematsche waarneming van bepaalde gedragingen van over het algemeen kleine groepen personen. Hierbij wordt alleen gelet op gedragingen die voor het onderzoek interessant zijn.

  • Open interview

    Interviews worden vaak gehouden bij onderzoeken waar de onderzoeker de beleving of moteven van een respondent wil achterhalen. Vaak vindt dit plaats in de vorm van een tweegesprek maar het open interview kan ook in groepsvorm plaatsvinden.

  • Literatuuronderzoek

    Bij literatuuronderzoek ga je op zoek in bestaande literatuur zoals boeken, tjdschrifen, kranten, internet, bestaande onderzoeksverslagen etc. Vaak voer je literatuuronderzoek aan het begin van je onderzoek uit om je onderwerp af te bakenen en om je onderzoeksopzet op te kunnen stellen.

3.3 Operationalisatie

Zodra je een methode hebt uitgekozen dan kun je de volgende stappen zeten om je onderzoeksmethoden uit te werken:

  1. Je ontwikkelt de begrippen van je onderzoek uit tot meetbare instrumenten, deze fase heet operatonalisate.
  2. Je hebt in je onderzoeksopzet je populatie (de groep waarover je onderzoek gaat) afgebakend en nu maak je van deze groep een deelverzameling, je trekt hierbij een steekproef.
  3. Verder kun je nu op grond van de operatonalisate en steekproef al wat zeggen over de bruikbaarheid, geldigheid en herhaalbaarheid van de resultaten.

3.4 Conclusies

Nadat je door middel van één (of meerdere) van de onderzoeksmethoden de gegevens hebt binnen gehaald zal je de resultaten uiteindelijk moeten analyseren en betrekken op de probleemstelling en de gebruikte theorieën. Dit doe je door de vragen die je in je probleemstelling hebt gesteld helder en duidelijk te beantwoorden. Wanneer je hypothesen hebt gesteld dan dien je aan te geven in hoeverre deze worden bevestgd of weerlegd. De resultaten van deze fase vormen dan de uiteindelijke conclusies van je onderzoek. Vaak wordt er ook nog ingegaan op de volgende vragen:

  • Zijn de resultaten generaliseerbaar voor de hele populate en niet alleen voor de onderzochte steekproef?
  • Wat zeggen de onderzoeksresultaten over de gebruikte theorie?
  • Op welk gebied zijn de onderzoeksresultaten gelijk aan die van andere auteurs, wanneer stemmen ze overeen en waarin verschillen zij en hoe is dat te verklaren?
  • Wat heef het onderzoek toegevoegd aan de kennis die er al is over het onderwerp?
  • Welke beleidsaanbevelingen of voorspellingen kunnen er gedaan worden?

4. Rapportage

4.1 Algemene schrijfstijl

Wanneer je het onderzoek hebt afgerond en je conclusies hebt getrokken is het tjd om deze informate tot een duidelijk, leesbaar en helder betoog te verwerken. In welke vorm je dit doet is afankelijk van het onderwerp dat je hebt gekozen en of je een ontwerpopdracht hebt gedaan of een onderzoek hebt uitgevoerd. Waarschijnlijk heb je in de voorbereidende fase al een voorlopige hoofdstukindeling opgesteld en deze kan je dus goed gebruiken om de resultaten weer te geven. Het belangrijkste is dat je het verhaal logisch opbouwt en een duidelijke structuur aanhoudt zodat de lezer je betoog goed kan volgen. Een goede manier om dit te doen is door bij elk hoofdstuk in een korte inleiding aan te geven waar het hoofdstuk over zal gaan en door duidelijke aan te geven hoe dit in het geheel van je onderzoek past. Verder is het aan te raden om kort en bondig je betoog te doen, schrijf hier per paragraaf in één zin wat er in die paragraaf moet komen te staan. Aan de hand van deze steekwoorden bouw je vervolgens je paragraaf op. Gebruik hiervoor de gegevens die je nodig hebt om je probleemstelling te kunnen beantwoorden. Hiermee voorkom je dat je onnodig gaat uitweiden waardoor de kern van je verhaal minder goed overkomt. Verder is het aan te raden om de concept versie van je scripte kritsch na te kijken maar dit ook door anderen te laten doen. Laat dit ook door verschillende mensen doen om op deze wijze te kijken of het voor iedereen te begrijpen is en niet te technisch of ingewikkeld wordt voor sommige lezers.

4.2 Scriptie-indeling

Een scripte kan op de volgende manier ingedeeld worden, dit is een vrij algemene indeling en hiervan kan natuurlijk afgeweken worden naar gelang het onderwerp dat vereist

  • Titelpagina met daarop de ttel, naam van de auteur, universiteit en faculteit, studierichtng, inleverdatum en de naam van begeleider.
  • Samenvatting.
  • Inhoudsopgave.
  • Inleiding met daarin het doel, onderwerp en probleemstelling van de scriptie.
  • Weergave en argumentate van de gebruikte methode / werkwijze.
  • Weergave en argumentate van de gehanteerde theorie .
  • Weergave van de onderzoeksresultaten en de analyse.
  • Conclusie en/of aanbevelingen.
  • Literatuur- en bronverwijzingen

4.3 Omvang

De omvang van een scripte verschilt vaak per opleiding maar over het algemeen wordt er voor een bachelorscripte gericht op ongeveer 25 pagina’s tekst (ongeveer 20.000 woorden)en bij een masterscripte gericht op zo’n 35 tot 65 pagina’s tekst (tussen de 20.000 en 40.000 woorden). Dit is exclusief inhoudsopgave, ttelblad etc. Ga natuurlijk bij je opleiding na of dit ook voor jou geldt. Een grotere scripte is niet altjd beter dan een kleine scripte. Je kan beter een scripte schrijven waarbij je zonder al teveel uitweidingen je betoog doet want vaak laten beoordelaars zich niet door de omvang van een rapport imponeren. Probeer ook niet over het maximale aantal woorden te gaan wanneer je dit niet goed kan beargumenteren.

Hieronder volgen nog een aantal punten die je scripte absoluut moet bevatten.

  • Een goed leesbare en consequente lay-out.
  • Paginanummering;
  • Consequente opmaak van hoofdstuk- en paragraafitels;
  • Het ontbreken van spel- en typefouten;
  • Een correct gebruik van interpuncte;
  • Functoneel gebruik van grafeken, schema’s of tabellen waar in de tekst naar wordt verwezen;
  • Functoneel gebruik van opsommingen.

4.4 Literatuur- en bronvermelding

In de literatuurlijst worden bronvermeldingen over het algemeen als volgt opgenomen:

Voor boeken geldt
Achternaam, voorleter auteur. (datum van publicate). Titel (cursief). Uitgeverij
Voorbeeld:
Jansen, A. (1998). scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij onderwijs.

Voor tjdschrifen geldt
Achternaam, voorleter auteur. (datum publicate). Titel artkel. Titel tjdschrif (cursief), jaargang/volume (issue, 1e periodiek), pagina’s waar het artikel te vinden is.
Voorbeeld:
Jansen, A. (2000). Onderzoek en scripties. Tijdschrif voor scriptieonderzoek, 10(1), 35-37.

Voor internet bronnen geldt
Achternaam, voorleter auteur (datum publicate). Titel (online). Plaats, uitgever. Beschikbaar op: (datum waarop het document werd geraadpleegd)
Voorbeeld
Jansen. A (2001). Online handleiding scriptie schrijven (online). Amsterdam, Online scriptie insttuut. Beschikbaar op: htp://www.scriptieinsttuut.nl/handleiding/ (Bekeken op 2 juni 2008).

Voor e-mail berichten geldt
Afzender (e-mailadres van afzender). (dag maand jaar). Onderwerp van het bericht (cursief). E-mail naar (e-mailadres van ontvanger).
Voorbeeld
Jansen, A (albert@scriptie.nl). (02 juni 2008). Hulp met scripties. E-mail naar Jansen, B (jansen@scriptieinsttuut.nl)

Totaal Prijzengeld

€ 13000,—

Inlever deadline

Advertentie

Traineeshipsoverzicht.nl

nog een paar weken